zondag 22 mei 2011

Gedicht: Men zegt wel eens, dat Nederlands voor buitenlanders moeilijk is te leren.

Men spreekt van één lot en verschillende loten
Maar ‘t meevoud van pot is natuurlijk geen poten
Zo zegt men ook altijd: één vat en twee vaten
Maar zult u ook zeggen: één kat en twee katen?
Laatst ging ik eens vliegen, dus zeg ik: ik vloog
Maar zeg nou bij wiegen beslist niet: ik woog
Want woog is dan afkomstig van wegen
Maar is dan: ik voog een vervoeging van vegen?
Wat hoort er bij zoeken? Ja zeker, ik zocht
En zegt u bij vloeken dus logisch: ik vlocht?
Wel nee, beste mensen, want vlocht komt van vlechten
En toch is: ik hocht niet afkomstig van hechten
En bij lopen hoort liep, maar bij kopen geen kiep
En evenmin zegt men bij slopen: ik sliep
Want sliep, moet u weten, dat komt weer van slapen
Maar fout is natuurlijk: ik riep bij het rapen
Want riep komt van roepen, ik hoop dat u ‘t weet
En dat u die kronkels beslist vergeet
Dus kwam ik u roepen, dan zeg ik: ik riep
Nu denkt u van snoepen, dat wordt dan: ik sniep?
Al weer mis, m’n beste, maar u weet beslist
Dat ried komt van raden, ik denk dat u ‘t wist
Komt bied dan van baden? Welnee, dat wordt bood
En toch volgt na wieden beslist niet: ik wood
Ik gaf hoort bij geven, maar ik laf niet bij leven
Zo zegt men: wij drinken en hebben gedronken
Maar echt niet: wij hinken en hebben gehonken
‘t Is moeilijk, maar weet u: van weten komt wist
maar hoort bij vergeten nou logisch vergist?
Juist niet zult u zeggen, dat komt van vergissen
En wat is nu goed? U moet zelf maar beslissen:
Hoort bij slaan nu ik sloeg, of ik slig of ik slond?
Want bij gaan hoort ik ging, niet ik goeg of ik gond.
En noemt u een mannetjesrat soms een rater?
Dat geldt toch alleen bij een kat en een kater.
U ziet, onze taal, beste dames en heren,
Is net als ik zei, soms maar moeilijk te leren! 
(schrijver: onbekend)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten